Lang leve de discriminatie…
Redactie September 30th, 2010
Discrimineren mag niet, iedereen is bij wet gelijk. Ons mooie Artikel 1 Grondwet beschrijft het gelijkheidsbeginsel en wordt het discriminatieverbod geformuleerd. Het artikel geeft aan dat in gelijke gevallen iedereen ook gelijk dient te worden behandeld. Ongeacht geur en kleur, werk of kerk… Dat noemen we dan het ‘gelijkheidsbeginsel’. Dat, en het verbod op discriminatie zijn één van de meest fundamentele beginselen van onze rechtsorde.
Maar, in het bedrijfsleven kom je daar niet mee weg. Daar is discriminatie aan de orde van de dag. Klanten waar je meer aan verdient, krijgen voorrang op de mindere klanten. Hier geldt het Orwelliaanse principe dat in de basis iedereen gelijk is, maar dat de één wat meer gelijk is dan de ander.
Ik heb daar geen problemen mee. Je maakt feitelijk onderscheid op basis van klantwaarde; hoe meer ik aan een klant verdien, hoe meer service ik kan verlenen. Klanten die mij meer betalen, komen voor in de rij te staan. Men is zelfs geneigd om van de mindere klanten afscheid te nemen. Terecht.
De moderne geautomatiseerde klantsystemen die in het bedrijfsleven zijn ontwikkeld, hebben als basis een databank waarin klanten gerangschikt worden op (potentiële) waarde. Er worden termen gebruikt als A, B en C klanten. Of gold, silver en bronze…
Jaren geleden heeft de overheid de term ‘klantgericht’ ondernemen geïntroduceerd. De laatste tijd zie ik dit gedachtegoed terugkomen bij instellingen zoals de zorg. De in het bedrijfsleven ontwikkelde ICT concepten worden in aangepaste vorm toegepast bij instellingen die daar helemaal niet mee zouden moeten gaan werken. Burgers en patiënten zijn indachtig Artikel 1 allemaal gelijk, in gelijke gevallen. Je mag niet discrimineren. Omdat de één nu meer belasting betaalt dan de ander, wil niet zeggen dat men dan eerder een paspoort of openhartoperatie krijgt…
In de basis is het klantgerichte denken bij overheden in instellingen verkeerd. Ik kan mij voorstellen dat dit heeft geleid tot de huidige interne onrust waarbij het tegengestelde effect is bereikt; namelijk een steeds inadequater werkend vehikel.
Waar het bedrijfsleven de klant centraal zet, zouden overheden en instellingen het proces centraal moeten stellen. Kort de wachttijden in. Zorg dat vergunningen en verzoeken beter en sneller afgewikkeld worden. Werk proactief mee aan informatievoorziening gericht op degene die het aangaat (verlenging rijbewijs, veranderingen in wetgeving, medische informatie).
Vier op de vijf contactmomenten zoals aanvragen, klachten en informatieverzoeken bij instellingen komen niet op het juiste bureau te liggen. Met name op emails wordt slecht gerespondeerd. En het ‘piepsysteem’ viert hoogtij.
Dan wordt er dus toch gediscrimineerd, vanuit het onhandigheidsbeginsel…
Egbert Jan van Bel




